Fig. 1 · vrijstaand“Eén stuk geperst staal, een greep die niet heet wordt.”
Fig. 1 · vrijstaand“Eén stuk geperst staal, een greep die niet heet wordt.”
Fig. 1 · vrijstaandVerkocht“Valt, stuitert en blijft heel.”
“Dikke rand, stapelt hoog, overleeft de vaatwasser.”
“Eén plank eikenhout, uitgesleten waar het brood lag.”
“Een hals die je met één hand vasthoudt.”
“Wit van binnen, zodat je ziet wat erin zit.”
“Uit één stuk gesmeed, geen naad waar vuil in kan.”
“Vier tanden, licht gebogen, ligt stil op het bord.”
“Gestempeld met een hotel dat niet meer bestaat.”
“Geel aardewerk uit de Bourgogne, voor elke dag gemaakt.”
“Dikke wand, houdt koffie warm, past onder elke machine.”
“Je ziet hoeveel boter er nog is zonder hem te openen.”
“Steengoed neemt geen vocht op; het zout blijft los.”
“Rode klei die de warmte lang vasthoudt.”
“Licht genoeg voor één hand, sterk genoeg voor tien glazen.”
“Een korte, zware voet; valt niet om.”
“Beukenhout krast de pan niet en splintert niet.”
“Een gleuf in een blad, meer is niet nodig.”
“Van de oven direct op tafel, en daarna in de gootsteen.”
Fig. 1 · vrijstaand“Een voet om het ei en een rand om de lepel.”
Fig. 1 · vrijstaand“Een uitsparing in de deksel voor het lepeltje.”
“Linnen droogt glas zonder pluizen achter te laten.”
Fig. 1 · vrijstaand“Gemaakt om leeg te raken en opnieuw gevuld te worden.”
“Gietijzer, 0,6 kg. Werkt na negentig jaar nog.”